Het kleine woordenboek van het carnaval van Duinkerke
Op het carnaval spreekt men een beetje Vlaams, veel Duinkerks, en soms een taal die enkel de carnavalisten kennen. Hier zijn de woorden die u moet kennen om niet met de mond vol tanden te staan in de bande of in een chapelle. De spelling verschilt van bewoner tot bewoner: dat is normaal, de meeste van deze woorden worden mondeling doorgegeven.
In de bande
Het kostuum
Het feest
Aan tafel en aan de toog
De dagelijkse taal
De personages
De woorden die u in de liedjes hoort
Het carnaval heeft zijn eigen schuine repertoire, en sommige woorden komen vaak terug in de liedjes. Twee voorbeelden, zodat u niet verrast wordt: wiche en pichelourd verwijzen allebei naar... het mannelijke lid. Het tweede wordt ook gebruikt om liefkozend over iemand te spreken, een beetje zoals "biloute" bij de ch'ti-buren. De rest ontdekt u al zingend!
Duinkerks spreken in de juiste buurt
Zowel bij Loucé als bij Adélise hebt u alle tijd om uw woordenschat op te frissen: place Turenne en de boulevard liggen om de hoek, en op het einde van de straat vraagt men u al snel "Ben qu'est-c'ça dit?".